Full Lyrics
1. Die boose sprack in zijn ghedacht,
dat hi tot sonden wou pooghen,
Want hi bedriechlijck de voer God den Heer,
dat zijn misdaet en boos ghelaet,
mocht zijn ghelaet met allen seer.
Gods vrees en heeft hi niet gheacht,
ghehouden voor zijn ooghen.
Hi heeft in zijn camer wijsheyt voortbrocht,
sinen wech was quaet en sonder haet heeft
hi die quaetheyt altijt ghesocht.
2. Sijn woorden, zijn boosheyt en bedroch,
hy en heves niet willen bekennen,
Om wel te doen op aerden,
noch tot duechden hem willen wenneen.